De laatmiddeleeuwse wreedheden van de Zuiderzee vanuit een ruimtelijk en archeologisch perspectief.  Door dr. Y.T. van Popta.

Nederland is een waar waterland: al eeuwenlang zijn landschap en bewoners verbonden met het water, soms liefdevol, soms vol van angst en vaak met ontzag. Dit komt ook terug in het thema van deze lezing: laatmiddeleeuwse stormvloeden van de Zuiderzee zorgden enerzijds voor het verlies van land en nederzettingen in het hart van Nederland, maar creëerden anderzijds nieuwe maritieme handelsroutes die op termijn voor welvaart en voorspoed zouden zorgen.

Rechts het eiland Schokland met de dorpen Emmeloord en Ens en links het eiland Urk. Beide eilanden zijn ontstaan in de ijstijd 150.000 jaar geleden, door een bult van afgezet materiaal in een moerassig landschap. Daarna ontstond door stormvloeden in de middeleeuwen de Zuiderzee. Door de inpoldering in 1939 van Urk en 1942 van Schokland liggen beide eilanden nu weer ‘op het droge” in de Noord-Oost Polder.

Deze lezing volgt de uitkomsten van zijn promotieonderzoek waarin het reconstrueren van het landschap en bewoning in het noordoostelijke deel van de Zuiderzee (de huidige Noordoostpolder) tussen circa 1100 en 1400 n. Chr. centraal staat. Op een interdisciplinaire en ruimtelijke manier wordt het laatmiddeleeuwse gedaante van de Noordoostpolder voor het eerst zichtbaar gemaakt

Tijdens de lezing zal worden aangetoond dat in minder dan 500 jaar het onderzoeksgebied transformeerde van een onontgonnen en onbewoond veengebied naar open zee, waarbij nagenoeg alle resten van tussentijdse ontginning, landbewerking en bewoning werden opgeruimd.

Aan de veranderingen in het landschap stonden zowel natuurlijke als culturele factoren ten grondslag: stormen als natuurlijke factor, terwijl de daaruit voortgekomen vloeden het gevolg waren van menselijk ingrijpen in het landschap (ontginning en landbewerking). Laatmiddeleeuwse archeologische resten (aardewerk, baksteen, dierlijk botmateriaal) in de Noordoostpolder zijn feitelijk de laatste overblijfselen van deze sterk dynamische regio waarin boeren, handelaren, heren en uiteindelijk ook vissers leerden omgaan met het water.